
De eerste 5 jaar van mijn leven
Spelen, ontdekken, vriendschap en gezelligheid
Ik ben geboren in 1967 en bracht de eerste zeventien jaar van mijn leven door op Spaanskamp. Eerst twee hoog, later op één hoog op nummer 161, met uitzicht op het kruispunt met de verkeerslichten. Mijn vader kon er uren naar kijken. Ikzelf keek juist het liefst naar de boerderij met de oude bomen erachter. Dat beeld voelt nog altijd als thuiskomen wanneer ik Hardenberg binnenrijd. Het idee dat de flats straks verdwijnen, raakt me meer dan ik vooraf had gedacht. Met elke oude foto, genomen op Spaanskamp, komen de herinneringen: warme, vrolijke en vormende momenten die ik koester.

Een thuis vol leven
Ik groeide op samen met mijn ouders, Henk en Gé, mijn zussen Gerda en Femmy en mijn broer Gertjan. Onze flat voelde als een kleine gemeenschap. Je kende iedereen, hielp elkaar wanneer nodig en er was altijd wel iemand om een praatje mee te maken. Burengezelligheid was vanzelfsprekend: elkaar op de kinderen of huisdieren laten passen, samen versieren tijdens feestweken, even een kopje thee bij elkaar. Noaberschap in de puurste vorm.
Buitenspelen tot je werd teruggefloten
Mijn jeugd speelde zich voor een groot deel buiten af. De sloot langs het grasveld en de speeltuinen tussen de flats was de wereld waarin we steeds weer nieuwe avonturen beleefden. Met vriendjes en vriendinnetjes als Yvonne, Roel, Peter, Mark, Hans, Nelinda, Harold, Erik, Joke, Chantal en Barbara beleefden we eindeloze zomers.
We bouwden hutten in de struiken rondom het grasveld. Struiken die in het voorjaar explodeerden in wolken van paars, geel en wit: seringen, gouden regen, rozenbottel. De rozenbottels gingen bij de buurvrouw in de taart. Zorgvuldig ontdaan van hun pitjes, want die kriebelden heel erg op je huid. In de winter maakten we sneeuwpoppen en na het maaien van het gras waren we uren zoet met bouwen en spelen.
Mijn moeder had een fluit (die heb ik nog steeds) en wanneer het tijd was om thuis te komen, blies ze er hard op. Meestal hoorde ik het. Soms niet. Dan begon mijn vader aan een kleine zoektocht door en rondom de flats. Half bezorgd, half geërgerd.
Burengezelligheid was vanzelfsprekend. Noaberschap in de puurste vorm.
De buurt als familie
Sommige buren waren meer dan buren. De mensen die vroeger onder ons woonden waren een soort bonusopa en -oma. Als kind ging ik voor of na school vaak even bij hen langs. Ook toen ze later verhuisden naar de aanleunwoningen bij Oostloorn. We tekenden samen, maakten dingen. Kunst had hun interesse. Ze hadden een afbeelding van Escher aan de muur. Vogels worden vissen en andersom. Ik kon er uren naar staren. Zij stimuleerden mijn nieuwsgierigheid en creativiteit. Ik geloof echt dat daar het zaadje is geplant dat me later naar de kunstacademie zou leiden.
Ook mijn vader speelde daarin een belangrijke rol. Hij was altijd bezig in de schuur of de garagebox die hij had gehuurd: fietsen repareren, dingen uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Soms voor ons en soms voor buren. Ik zat graag bij hem. Kijken, helpen, fantaseren. Hij had zelfs een schommel aan de garagedeur gehangen. Samen naar de volkstuin achter de brandweerkazerne ook zo’n fijne plek.
Mijn liefde voor de natuur en het maken van dingen is op Spaanskamp ontstaan. Ik ben architect geworden, maar ben geswitcht. Docente handvaardigheid en beeldende vormgeving, dat ben ik.
Kleine gebeurtenissen die groot werden
Het dagelijkse leven in het Spaanskamp zit vol kleine verhalen die voor mij groot voelen.
De melkboer die langsreed en die ik soms mocht helpen. Rekjes met flessen melk en yoghurt bij de deur van de flat. Zelf brood halen bij Miskotte. Verstoppertje in de kelder. Glijdend van de trapleuning in de portiek. De tamme kraai waar ik als kind bang voor was, maar die achteraf misschien wel mijn leven heeft gered. Mijn eerste vriendje, nu mijn man, die van het balkon klom wanneer mijn ouders thuiskwamen. Spannend en onvergetelijk.
En de circustent die ieder jaar achter het Oelenveer stond, waar ik op m’n zevende een mooi avontuur beleefde met Hans en Mark. We gluurden stiekem bij de tent naar binnen, werden betrapt en mochten tot onze verrassing de voorstelling zien. Ik heb op die dag zelfs op een olifant gezeten. Dit verhaal vormt nu de inspiratie voor het prentenboek dat ik samen met mijn dochter Lotte maak. Ze kan fantastisch tekenen…
We gluurden stiekem bij de tent naar binnen, werden betrapt en mochten tot onze verrassing de voorstelling zien.
En dan die bijzondere ochtendtraditie van eerste kerstdag: samen met mijn vader in het donker naar het koortje luisteren dat kerstliedjes zong bij de ingang van Oostloorn. Alleen de kerstboom brandde. Die herinnering komt élk jaar terug.
Feestelijkheden die de wijk samenbrachten
De lichtweek was zo’n feest waar de hele buurt naar uitkeek. Straten werden versierd met lampjes en creatieve bouwsels, en er waren prijzen te winnen. Mijn vader speelde een grote rol in het versieren van onze flat. Plastic hoepels, vlaggetjes, lichtjes. Veel kwam via de Wavin, waar hij werkte. Onze flat won zelfs eens een prijs. Ook herinner ik me de versierde karren waarin kinderen door de wijk werden gereden. Vrolijk en totaal onveilig, maar dat hoorde bij die tijd.
Naar volwassenheid
In 1984 vertrok ik naar Kampen om te studeren aan de Kunstacademie. Mijn ouders verhuisden een tijdje later naar de Jan van Arkelstraat. De wens van mijn moeder. Mijn vader was het liefst in de flat gebleven: vanwege het uitzicht, maar vooral vanwege de gemeenschap.
De mensen van en de momenten op Spaanskamp zijn nog steeds warm in mijn geheugen opgeslagen. Het is voor mij meer dan een plek: het is de grond waarop mijn jeugd en mijn creativiteit zijn gebouwd.
Betsy Pullen
Ontdek de persoonlijke verhalen van (oud-)bewoners en betrokkenen bij Spaanskamp in Hardenberg. Duik in de herinneringen en belevenissen van deze unieke plek.

Spelen, ontdekken, vriendschap en gezelligheid

Niet alles uit de flats verdwijnt.

Veel meer dan ‘flats platgooien’